Heystmolen - Lovenjoel
Al in 1354 is er sprake van de watermolen van Lovenjoel op de Molenbeek. Hij kwam in 1747 in handen van de familie de Spoelberch. Vermoedelijk werd toen ook het huidige molenhuis gebouwd, dat het jaartal 1749 draagt. In 1830 was de bovenslagmolen verhuurd aan Gillis De Molder, hij bezat toen twee paar molenstenen, aangedreven door een waterrad van 10 voet hoog. Men maalde er zowel graan als boekweit. De watermolen bleef draaien tot 1896. In het park was een grote vijver aanwezig die als bufferbekken diende en de molen kreeg een aftakking van de Molenbeek met voldoende verval.
In 1907, na het kinderloos overlijden van burggraaf Karel de Spoelberch, schonk mevrouw Gilbert – Ernst, algemeen legataris in 1915 de molen samen met alle andere goederen (de oude boerderij, parken Salve Mater en Ave Regina) aan de Leuvense Universiteit. Vanaf dan werd hij niet meer bewoond door molenaars. In 1923 kregen de zusters van Liefde de parken Salve Mater en Ave Regina in erfpacht en verwierven zij ook de oude watermolen met de aanpalende oude hoeve. De molen werd in 1973 opnieuw verkocht aan de universiteit, die het bouwvallige gebouw in 1989 verkocht aan een privépersoon die hem geheel restaureerde. Vandaag resten alleen het molengebouw en de vijverafdamming. De aftakking van de Molenbeek naar de molenvijver is verdwenen. De inrichting en de bovenslagraderen zijn volledig verwijderd.
Op oude kaarten staat stroomafwaarts van de Molenbeek – in het zeer nat gebied tussen de Heystmolen en de voormalige watermolen van Udekem in Korbeek-Lo – nog een molengebouw afgebeeld. Hiervan is echter niets meer terug te vinden.