Ruisbroekmolen - Bierbeek
De eerste watermolen op het gehucht Ruysbroek werd gebouwd voor 1234 in opdracht van de abdij van St-Nicaise in Reims, die ook de kerk van Bierbeek bezat. In 1561 werd de molen samen met de kerk afgestaan aan de Faculteit Godgeleerdheid van de Leuvense Universiteit.
Na een brand in 1740 werd de molen herbouwd in traditionele baksteen en Gobertange zandsteen. Het is een bovenslagwatermolen op de Mollendaalbeek. Op een achterliggend domein (nu bij het Berkenhof) werd een spaarvijver aangelegd. Het originele maalmechanisme is nog bewaard, als ook het metalen skelet van het waterrad.
In 1793 ontstond er voor de Raad van Brabant een zwaar geschil tussen de molenaar Philip Laureys en de faculteit. Omdat de watermolen regelmatig niet kon werken omwille van te weinig debiet, wilde hij een windmolen bouwen op Meren. De faculteit weigerde, waarna hij de molen van Ruysbroek moest kopen voor 4300 gulden. Allicht kwam dat goed uit voor de universiteit van Leuven, die in die turbulente tijd (Jozef II met de Brabantse Omwenteling, Franse overheersing die er aan kwam) veel inkomsten verloren had.
De laatste molenaar in de Ruysbroekmolen was Joannes Wits-Detry (1890-1972). Toen hij de molen overnam, installeerde hij een motor op gas. Op 80-jarige leeftijd gaf hij er de brui aan en werd de molen gebruikt als groothandel in granen. In 2011 werd de site verkocht aan Philip Sergeant, die de molen deels renoveerde. In 2025 werd de molen eigendom van de erfgoedstichting ERF Vlaams-Brabant en de gemeente Bierbeek. De Dorpsbrouwerij en de Molenbakkers vonden er hun plekje.